Samen met oudste zoon L. ging ik afgelopen woensdag naar de opening van Speelbos De Elzen. Daar kunnen Dordtse kinderen scharrelenderwijs de natuur ontdekken. Al snel scharrelden de kinderen rond, vooral in het water. Ook L. kwam vragen of hij in ondergoed het water in mocht. Natuurlijk, zei ik, terwijl ik wachtte tot hij uitgescharreld was. Ik stond op de kant tussen de andere wachtende ouders, al scharrelden sommigen wat op picknickkleden met picknicktassen en picknicketen.
Zondag gingen we met het hele gezin nog even kijken. Ondanks de bewolking was het er druk. Kinderen scharrelden dat het een lieve lust was. Sommige ouders scharrelden mee, terwijl anderen vooral toekeken. Mijn twee zonen mochten even door de tunnel van wilgentenen kruipen, maar de vlotjes waren verboden terrein. De jongste kan nog niet zwemmen en bovendien hadden we geen droge kleren bij ons. Met nog een fietstocht voor de boeg zou een nat pak niet handig zijn. En dus gingen we na hooguit een kwartier weer naar onze fietsen en onze vervolgplannen.
Vanmorgen las ik het artikel over slow opvoeden en lui ouderschap in nrc.next. Ik moest denken aan het Speelbos, aan mijn twee bezoeken daaraan en over mijn eigen gedrag als scharrelouder. Om met dat laatste te beginnen: dat kan beter. Zelf gebruik ik dingen meestal alleen waarvoor ze gemaakt zijn, mijn kinderen komen vooral buiten als ik mee kan en dan heb ik vaak mijn plannetje klaar.