Vier leiderschapstips van Rudolf van Amstelveen

Rudolf van Amstelveen is de hoofdpersoon van de historische jeugdroman Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman uit 1973. In 2006 is het boek verfilmd en heet de hoofdpersoon Rudolf van Rotterdam.

Samenvatting van het boek

Cover van Kruistocht in spijkerbroekIn Kruistocht in Spijkerbroek gaat Dolf, zoals hij ook werd genoemd, als vijftienjarige jongen via een experiment met een tijdmachine terug naar 1212. Dolf is te laat op de juiste plek terug om teruggeflitst te worden naar het Nederland van 1973 en komt in deze kinderkruistocht terecht. Tijdens deze kruistocht gaan duizenden kinderen te voet van Keulen over de Alpen en via Genua naar het zuiden van Italië. Hij reist met de kinderen mee door het ongerepte Europa van de dertiende eeuw en kan na een maandenlange voettocht alsnog terugkeren met de tijdmachine.

De ervaringen van Rudolf van Amstelveen zijn tegelijkertijd een bron van inspiratie voor leiders. Daarom heb ik de vier belangrijkste leiderschapstips op een rijtje gezet. Bijpassende fragmenten uit Kruistocht in Spijkerbroek laten zien wat het effect van Dolfs interventies is.

1. Het welzijn van de groep is belangrijker dan eigenbelang

Het verstandigste was misschien om in de omgeving van Spiers te blijven, bij de steen. Een andere kans om ooit te kunnen terugkeren naar zijn eigen eeuw was er niet. (...) Hij zag het gewonde kind op Leonardo’s ezeltje. Hij zag de ontelbare blote voeten die hem passeerden (...) - en opeens wist hij het. Hij kon deze kinderen niet in de steek laten. (...) Hij wist dat hij nodig was.

Zijn eerste nacht in 1212 brengt Dolf door tussen de kinderen. Daar ziet hij hun ellende en het ontbreken van een goede organisatie. Ook al is het niet in zijn eigen belang, hij sluit zich aan bij deze tocht.

Ook op andere momenten kiest Dolf ervoor zijn eigen belang opzij te zetten en te kiezen voor de kinderen:

  • door te zorgen dat een bakker in een nacht genoeg brood kan bakken om 8000 kinderen te eten te geven;
  • door zelf intensief betrokken te zijn bij de bestrijding van de zeer besmettelijke ziekte roodvonk;
  • door zijn leven te wagen om gevangengenomen kinderen te bevrijden uit een burcht in de Alpen.

Dolf was zich zeker bewust van zijn eigen kennis en daarmee van zijn eigen waarde. Hij realiseerde zich ook dat deze kennis meer waarde kreeg wanneer hij deze zou inzetten voor het kinderleger.

2. Erken de waarde van de ander en zet deze effectief in

“Om te beginnen moeten we de kinderen in groepen splitsen, elk met een eigen taak. (...) De eerste dagen zullen we er nog aan moeten wennen, maar zodra elk kind heeft begrepen wat er van hem wordt verlangd, zult u zien dat alles veel gemakkelijker gaat en dat we sneller vooruitkomen. (...) Al deze kinderen,” zei [Dolf], wijzend in de richting van het slapende kamp, “komen toch ergens vandaan, ze hebben iets geleerd. (...) als we goede en bruikbare afdelingen willen vormen die met hun allen het kinderleger van voedsel kunnen voorzien en het tegen gevaren kunnen beschermen, moeten we de kinderen zoveel mogelijk zelf hun werk laten kiezen. Ieder van hen kent of weet wel iets wat hij in het belang van allen kan toepassen.”

Dolf gaat uit van organisatieprincipes die aan het eind van de twintigste eeuw in opkomst waren en nu redelijk ingeburgerd zijn:

  • uitgaan van je eigen talent
  • werken met zelfsturende teams

Als twintigste-eeuwer heeft Dolf meer kennis van de geografie en van ziekten. Veel praktische kennis over het alledaagse leven in 1212 had hij niet. Hij verbaasde zich over de kinderen die tijdens het lopen wol sponnen en die van plantaardige vezels regenschermen en andere nuttige voorwerpen vlochten. Hij had geen verstand van leerlooien en van geneeskrachtige kruiden. Daarvoor moest hij vertrouwen op de kennis en kunde van de kinderen.

Dolfs bijdrage bestaat daarom vooral uit:

  • het herkennen van de waarde van deze vaardigheden voor de groep;
  • de groepsleden stimuleren deze waarde in te zetten in het algemeen belang;
  • de groepsleden hiervoor faciliteren en waarderen.

3. Bereid je voor op de toekomst en wees daarom nu alert

“Dolf, die maar niet uit zijn gedachten kon zetten dat ze over enige weken in het ruige bergland zouden komen, keek met afgrijzen naar de blote, stukgelopen, kapotgestoten voetjes [van de kinderen]. Hij sprak er over met Frank, de zoon van een leerlooier. Die begreep onmiddellijk wat er van hem verlangd werd. De buit van Carolus’ jachtgroep werd elke avond van huiden ontdaan. (...) Honderden ijverige jongens en meisjes werden ‘s avonds aan het werk gezet om die vellen schoon te schrapen en te weken. Daarna werden ze op maat gesneden en aan elkaar genaaid. (...) Spoedig kwam er nu degelijk schoeisel beschikbaar voor deerlijk gekwetste voeten.”

In het bovenstaande fragment lees je zijn zorgen over de route over de Alpen. In het hier en nu geeft hij zijn zintuigen de kost en ziet ineens mogelijkheden in de enorme hoeveelheden “konijnevellen, bever- en hazevellen, huiden van reeën en herten” die het kinderleger opleveren. Gelukkig blijkt ook het talent voor handen om deze vellen om te toveren tot schoenen. Een probleem verholpen.

Op dezelfde manier zorgt Dolf ervoor dat de kinderen langer houdbare voedingsmiddelen meenemen. Door alert te zijn op mogelijke oplossingen anticipeert Dolf op eventuele toekomstige problemen.

Tijdens de hele tocht

  • kijkt Dolf vooruit naar waar de groep heen gaat (over de Alpen naar Genua en later naar Zuid-Italië);
  • en houdt hij tegelijkertijd zijn ogen en oren open in het hier en nu.

4. Ga de confrontatie aan als dat nodig is

“Halt!” Gebiedend hief hij de armen boven het hoofd, Streng en bevelend richtte hij zijn ogen op de woedende kinderen. “Halt! Ik bevind mij in staat van beschuldiging. Ik ontken niet het recht van Nicolaas of Dom Anselmus, mij te beschuldigen van ketterij en duivelspraktijken - maar ik ontken hun recht om mij zonder vorm van proces te veroordelen. (...) Daarom eis ik een eerlijk proces, waaraan het ganse kinderleger moet deelnemen. Ik beloof, dat ik mij aan het eindoordeel zal onderwerpen, hoe dat ook moge luiden.”

Zoals veel leiders die bestaande processen proberen te veranderen, krijgt Dolf te maken met weerstand. Deze komt vooral van de kant van de managers van de kinderkruistocht: een (valse) monnik, Dom Anselmus, en een door God geroepen schaapherder, Nicolaas.

Dom Anselmus zou je kunnen zien als een aandeelhouder die het beheer van zijn eigendom heeft gedelegeerd en die rekent op maximale winst tegen minimale kosten. De kinderkruistocht was zijn idee en zou de kinderen leiden naar schepen van slavenhandelaren. Voor elk kind zou Anselmus een bedrag krijgen. Hoe gezonder het kind, hoe hoger de opbrengst. Daarom had Anselmus in feite belang bij de interventies van Dolf: meer kinderen bleven in leven en ze werden allemaal sterker.

Nicolaas lijkt eerder een omhooggepromoveerde medewerker die de organisatie van de wereld ziet als een harkje met een enorm veel lagen. Door toedoen van iemand hoog uit het harkje had hij een paar levels overgeslagen en was hij ineens de geestelijke leider geworden van duizenden kinderen. Zonder dat hij daarvoor de benodigde vaardigheden had. Hij was door God geroepen en dat had enorm veel aanzien in de middeleeuwen.

In onze tijd hechten de mensen daar veel minder waarde aan, zo ook Dolf. Hij neemt Nicolaas helemaal niet serieus als leider en begint de lacunes op te vullen. En dat maakt Nicolaas zo jaloers dat hij maar een middel ziet: de hogere autoriteit die hem zijn nieuwe plaats heeft gegeven inroepen om Dolf een lesje te leren. Nicolaas beschuldigt Dolf van ketterij.

Dolf snapt waarom Nicolaas dit heeft gedaan en hij gaat vervolgens de confrontatie aan. Voor hem persoonlijk kan dit verkeerd aflopen. Wil hij de kinderen, aan wie hij gehecht is geraakt, blijven helpen, dan moet hij dit risico lopen.

Tijdens het veranderingsproces:

  • leert Dolf de weerstand te herkennen en het effect in te schatten;
  • gaat hij de confrontatie op een open manier aan;
  • is hij bereid zich neer te leggen bij de uitkomsten.

Fantastisch verhaal

Kruistocht in spijkerbroek is een enorm spannend boek, dat ik als kind keer op keer herlezen heb. Nu ik het als volwassene heb herlezen, ontdekte ik weer nieuwe elementen in dit verhaal. De belangrijkste heb ik verwerkt in deze blogpost.

Misschien heb je de verfilming gezien; deze was onlangs op tv. Hoewel deze erg mooi is, zijn een aantal personages en gebeurtenissen uit het boek niet in de film terecht gekomen. Daarom kan ik je aanraden het boek (opnieuw) te lezen. Ik ben benieuwd welke kenmerken van leiderschap jij in het boek terugvindt.

Over de auteur: Karin Tempelaar is adviseur kennisdeling en communicatie en werkt meer dan 10 jaar op het kruispunt van HR, communicatie en informatievoorziening, sinds 2009 onder de naam Lumax Producties. Wil je op de hoogte blijven van haar werk en van de kracht van HR, meld je dan aan voor de nieuwsbrief.


Reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Lumax Producties behoudt zich het recht voor reacties in te korten, te wijzigen of te verwijderen.

Copyright © 2010-2012 Lumax Producties - De kracht van HR * Colofon * Sitemap * Contact.

KvK 24444115 - BTW NL8199.44.749.B01