De menselijke maat, hoeveel is dat eigenlijk?

Organisaties zouden terugmoeten 'naar de menselijke maat' bij de invoering van HNW of bij globalisering. Maar wat is de menselijke maat en hoe meet je die? In dit artikel gaat Arjan Hamberg in op deze vraag en legt hij uit hoe het getal van Dunbar hierbij kan helpen.

Door: 

Arjan Hamberg

Voor organisaties van nu zijn samenwerken en ‘social business’ belangrijke onderwerpen. Daarbij gaan we “terug naar de menselijke maat”, staan klant en medewerker centraal en moeten we ‘social’ zijn. Relaties tussen mensen lijken de nieuwe motor te zijn waarop samenwerkingsverbanden draaien en hoe meer hoe beter, lijkt het.

Afgelopen week ging ik met mijn LinkedIn-profiel door de 500 contacten-grens. Daarin ben ik niet de enige en er zijn mensen die op LinkedIn en/of Facebook met meer dan 1.000 mensen ‘bevriend’ zijn. De vraag die daarom bij me opkomt is: zijn dit eigenlijk wel relaties en ben je als mens in staat om zoveel relaties te onderhouden? De menselijke maat, hoeveel is dat eigenlijk?

Robin Dunbar en het Dunbar-getal

De antropoloog Robin Dunbar heeft onderzoek gedaan naar de omvang van groepen (stammen) bij primaten. Hij heeft ontdekt dat groepen een bepaalde maximale omvang kunnen hebben. Deze uitkomsten heeft hij vertaald naar mensen en daarbij komt hij op een getal van afgerond 148. Voor het gemak wordt het ‘getal van Dunbar’ vaak op 150 gesteld en het is in ieder geval veel minder dan mijn 500+ contacten op LinkedIn.

Om de maximale aantal stabiele relaties tussen mensen te kunnen bepalen heeft Dunbar de omvang van de neocortex van mensen vergeleken met die van primaten. De neocortex is het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de hogere functies zoals zintuigelijk waarnemen, redeneren, abstract denken en taal. Uit het onderzoek van Dunbar blijkt verder dat alle deelnemers wel hun best moeten doen om tot de kring te behoren.

Christopher Allen heeft op zijn weblog een aantal zeer interessante posts geschreven over het getal van Dunbar. Zijn blogposts heb ik gebruikt om het belang van Dunbars getal voor organiseren en samenwerken te onderzoeken. 

HNW en het Dunbar-getal

Het aantal van 148 is het maximum, maar Dunbar heeft factoren geïdentificeerd die de ideale groepsgrootte verder verlagen. Geografische spreiding is er een van. Een groep in een geografisch beperkt gebied kan bijvoorbeeld groter zijn dan een groep die is verspreid over een groter gebied. Is de geografische spreiding groter dan moet er meer worden gecommuniceerd om te zorgen dat de relaties in stand blijven. 

Dit is een interessant gegeven als we kijken naar Het Nieuwe Werken. Groepen (teams, afdelingen, units) hadden een vaste plek, bijvoorbeeld op de 3de verdieping, linkervleugel. Met de komst van HNW zijn de groepsleden verspreid over een geografisch groter gebied. Houdt de groep dezelfde grootte als bij “Het Oude Werken”, dan besteedt deze een groter deel van de tijd aan de cohesie van de groep. Om als groep net zo productief te blijven, zou de groep dus kleiner moeten worden.

Hetzelfde zou overigens kunnen gelden voor bedrijven die een deel van hun activiteiten naar het buitenland verplaatsen.

Samenwerkingsdoelen en het Dunbar-getal

Een tweede factor die de maximale groepsomvang beïnvloedt, is het doel van de groep, van de samenwerking. Dit aspect is bijvoorbeeld onderzocht in online gaming. Daarbij bleken groepen met meer dan 40 trouwe leden zeldzaam bij online of social games. Richt de groep zich op het verslaan van monsters en het trainen van vaardigheden, dan kan deze groter zijn, omdat de sociale interactie tussen de leden minder belangrijk is. Bij het spelen van de online game World of Warcraft speelt de sociale interactie een grotere rol. Zo komt Allen in zijnblogpost over Dunbar en WoW op een gemiddelde groepsgrote 16,8 met een mediaan van 9. 

Dit aspect raakt aan de ontwikkeling van (online) talentcommunities. Is het doel van de talentcommunity de training van vaardigheden, dan kan de groep groter zijn. Is het gericht op innovatie en sociale interactie dan zal de groep kleiner blijven. Het onderzoek van Allen laat overigens zien dat je hier niet nadrukkelijk op hoeft te sturen, het gebeurt vanzelf. 

De ideale groepsgrootte

Dunbar gaat in op het maximale aantal mensen waarmee we een relatie kunnen onderhouden. Allen gaat op zoek naar de ideale groepsgrootte. Wat is dan wel de ideale “span of control”? Hij heeft volgens mij een heldere en herkenbare redeneerlijn op dit punt:

  • Groepen van 2 zijn te klein: ze zijn uitermate creatief maar beschikken over te weinig resources om resultaten te behalen; 
  • Groepen van 3 zijn instabiel: het derde wiel aan de wagen bestaat leerde ik al op mijn opleiding. Twee leden trekken naar elkaar toe en de derde voelt zich buitengesloten;
  • Een groep van 4 personen zijn feitelijk 2 paren en langs die lijn valt het weer uit elkaar; 
  • Een groep van 5 begint effectief te worden;
  • Een groep van meer dan 7 heeft al weer meer ‘relatieonderhoud’ nodig. 

Onderzoeken waarmee Allen zijn betoog ondersteunt, laten zien dat de tevredenheid binnen groepen van 7 optimaal is. Wordt de groep groter, dan neemt de ervaren tevredenheid snel af met een dieptepunt bij 15 groepsleden. Het loopt daarna wel weer op tot de groep een omvang van 50 heeft bereikt. Bij meer dan 50 daalt de groepstevredenheid weer, die overigens ook niet het niveau haalt van een groep van 7.

Menselijke maat

De menselijke maat is dus te kwantificeren, waarbij de volgende getallen van belang zijn:

  • 5: minimale aantal leden van een effectieve samenwerkingsgroep;
  • 7: ideale groepsgrootte voor hechte samenwerking;
  • 15: maak de groep kleiner als een hechtere groep belangrijk is of maak de groep groter om in ieder geval de tevredenheid te laten toenemen;
  • 50: een stabiele groep die redelijk tevreden is over de onderlinge samenhang;
  • 148: het maximum aantal stabiele relaties dat een mens kan overzien

Tot nu toe waren bedrijven vooral gericht op het produceren van dingen (vergelijkbaar met het verslaan van monsters in online games), maar in een ‘social business’ gaan we meer en meer toe naar een creatieve, innovatieve en groene economie (creativiteit en innovatie). Daarin wordt de sociale cohesie en interactie alleen maar belangrijker en is een groepsgrootte van rond de 150 steeds minder effectief, zeker wanneer de geografische spreiding door HNW en/of globalisering toeneemt. 

Willen we het werk nieuw en ‘social’ organiseren en zo min mogelijk inboeten aan productiviteit, dan moeten we rekening houden met de menselijke maat. 

Wil je de samenwerking tussen mensen natuurlijk organiseren en naar de menselijke maat? Vraag dan het gratis e-book ‘Organiseren voor de toekomst aan’. Daarin vind je 9 blogposts over leiderschap, talentontwikkeling en communicatie, waarmee  aan de slag kunt gaan met samenwerking in en tussen organisaties. Je krijgt bovendien maandelijks de Lumax Producties nieuwsbrief met tips over o.a. leiderschap, organisatieontwikkeling, samenwerking en talentontwikkeling. Vraag het gratis e-book meteen aan.

Profiel: 

Credit foto: 

iStockphoto | OrangeDukeProductions

Dossier: 

Onderwerpen: 

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <h2>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.